Opsporingsambtenaren en toezichthouders beschikken over specifieke bevoegdheden. Zonder deze bevoegdheden kunnen zij hun wettelijke taken niet goed uitvoeren. Deze bevoegdheden worden ook wel dwangmiddelen genoemd, omdat ze soms afdwingbaar zijn. Dwangmiddelen zijn het gereedschap van de opsporingsambtenaar of toezichthouder.
Onjuist gebruik van deze dwangmiddelen kan leiden tot vervolging van de ambtenaar of bewijsuitsluiting (onrechtmatig verkregen bewijs). Het is daarom essentieel dat de toegekende bevoegdheden correct worden toegepast.
Soorten wettelijke bevoegdheden
Bevoegdheden kunnen worden onderverdeeld in:
- Opsporingsbevoegdheden – bij verdenking van een strafbaar feit
- Toezichtbevoegdheden – zonder dat er sprake is van een verdenking
Wat zijn opsporingsbevoegdheden?
Opsporingsbevoegdheden worden ingezet tijdens een opsporingsonderzoek. Ze mogen alleen worden toegepast als er een redelijk vermoeden bestaat dat een strafbaar feit is gepleegd of op het punt staat gepleegd te worden. Dit betekent dat er sprake moet zijn van een verdachte.
Let op: opsporingsbevoegdheden mogen ook worden ingezet richting personen die geen verdachte zijn. Bijvoorbeeld bij het in beslag nemen van camerabeelden van een tankstation waar een overval heeft plaatsgevonden.
Toezichtbevoegdheden volgens de Awb
Toezichtbevoegdheden mogen worden toegepast zonder dat er sprake is van een verdachte of verdenking. Ze worden gebruikt om te controleren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt hiervoor de wettelijke basis.
Een persoon die toezicht uitoefent, moet in de betreffende wet zijn aangewezen als toezichthouder. De toezichthouder draagt altijd een legitimatiebewijs bij zich, afgegeven door de instantie waarvoor hij of zij werkt, en moet dit tonen wanneer daarom wordt gevraagd.
Welke bevoegdheden heeft een toezichthouder?
Toezichthouders beschikken over diverse bevoegdheden, waaronder:
- Toegang tot bedrijven en andere plaatsen (behalve woningen)
- Inzage in documenten en het maken van kopieën
- Het nemen van monsters en onderzoeken van goederen
- Staande houden van voertuigen en controle op relevante aspecten
- Verkrijgen van medewerking en inlichtingen met betrekking tot toezicht
Verschil tussen toezicht en opsporing
Een gecontroleerde persoon moet meewerken aan wat de toezichthouder verlangt. Maar als tijdens de controle blijkt dat er een strafbaar feit is gepleegd, kan de toezichthouder – als hij tevens opsporingsambtenaar is – overstappen naar een strafrechtelijke benadering. Dit heet voortgezette toepassing.
Vanaf dat moment is er sprake van een verdachte en mogen toezichtbevoegdheden niet langer worden gebruikt. Een verdachte is immers niet verplicht mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Wel moet hij gedogen dat de opsporingsambtenaar bevoegdheden toepast.
Wetmatig en rechtmatig optreden
Bevoegdheden moeten zowel wetmatig als rechtmatig worden ingezet:
Wetmatig
Een bevoegdheid is wetmatig als het optreden gebaseerd is op een concreet wetsartikel.
Rechtmatig
Rechtmatigheid betekent dat het optreden voldoet aan ongeschreven rechtsbeginselen van een behoorlijke procesorde. Daarbij gelden de volgende beginselen:
- Subsidiariteitsbeginsel: het doel moet op de minst ingrijpende manier voor de burger worden bereikt.
- Proportionaliteitsbeginsel: de ingezette maatregel moet in verhouding staan tot het nagestreefde doel.
- Fair Play: de verdachte moet eerlijk worden behandeld, zonder misleiding, bedrog of valse beloften.
- Verbod op misbruik van bevoegdheden: een bevoegdheid mag niet worden ingezet voor een ander doel dan waarvoor deze is toegekend (détournement de pouvoir).
Onrechtmatig verkregen bewijs en gevolgen
Als een ambtenaar handelt in strijd met de wetmatigheids- of rechtmatigheidsbeginselen, kan de rechter het optreden als onrechtmatig beoordelen. Dit heeft mogelijk de volgende gevolgen:
- Het bewijsmateriaal wordt aangemerkt als onrechtmatig verkregen en kan niet worden gebruikt in de strafzaak. Bij gebrek aan ander bewijs kan dit leiden tot vrijspraak.
- Als er sprake is van een onrechtmatige overheidsdaad, kan de schade op de ambtenaar worden verhaald.
Wanneer een burger bewijs verzamelt, is het van belang of hij dit op eigen initiatief deed of op aanwijzing van een opsporingsambtenaar. In dat laatste geval kan het bewijs als onrechtmatig worden beschouwd en buiten beschouwing worden gelaten.